Ze was al ziek en omdat het weer kanker was, een ziekte die als een woekeraar elk familielid, zowel van vaders als van moeders kant te pakken heeft gehad, en bij haar nu voor de derde keer de kop op stak, was het einde op komst, toen ik plots op mijn 36ste, ongepland, onbedoeld en daardoor compleet in de war, zwanger van vakantie uit Turkije terugkwam.
Toen in het voorjaar, 2 dagen voor haar laatste verjaardag, haar kleinzoon werd geboren, ging het snel bergafwaarts met haar gezondheid, alsof ze had gewacht om nog – hoe kort ook – van hem te kunnen genieten. Ze overleed in de bloedhete zomer van 1995 op 75 jarige leeftijd. Ik heb het over mijn moeder.
Mijn zus en ik waren tijdens haar laatste jaren stellig geweest: we wilden niet dat ze iets zou nalaten. In de tijd die haar nog restte moedigden we haar aan haar te genieten van elk moment en elke cent. Desalniettemin liet ze ons ongeveer vijfhonderd gulden na, een bedrag dat we tegen wil en en dank in ontvangst namen rond Sinterklaas en waar we geen raad mee wisten.
Als bij toeval kwam ik een dag later in Gouda in een seizoenwinkel waar ze louter kunstkerstbomen verkochten. Tot dan toe vond ik een kunstboom maar niks en het was in die tijd ook nog niet zo gewoon als nu. Ondanks mijn vooroordelen vond ik deze prachtig, groot en vooral nauwelijks van echt te onderscheiden. Van het geld van de erfenis kochten mijn echtgenoot en ik de grootste, mooiste kunstkerstboom uit de winkel en namen er een ingenieuze skibaan (die poppetjes, waaronder de kerstman zelve, vanaf het midden van de boom al cirkelend over de takken naar beneden liet glijden en met een heus skiliftje weer omhoog transporteerde) en een bewegende Kerstmannenpiek bij.
Eenmaal thuis gekomen bleek het optuigen een enorm karwei, dat al gauw een uur of vier in beslag nam, maar we deden het graag want het was ook het eerste Kerstfeest van onze zoon Deniz.
Sinds mijn scheiding, 6 jaar later, doe ik het samen met Deniz en elk jaar is mijn moeder tijdens het optuigen onderwerp van gesprek. Elk jaar veranderen de vragen die hij stelt over zijn oma die hem maar 3 maanden heeft mogen koesteren. De vragen pasten bij een zesjarige (Was jouw moeder streng?), later bij een tiener (Hoe oud was jij toen je moeder jou een mobiel gaf?) en zijn nu de vragen van een puber (Waarom is oma nooit meer hertrouwd nadat opa was overleden?). Wat destijds mij verweten kon worden als een overdreven, kitscherige aankoop is tot op de Kerst van vandaag, 14 jaar later, een waardevolle investering gebleken, want mijn moeder, mijn zoons oma, ze is er nog elke december bij.